Dagboek van een onrustwekkende zwangerschap

Terwijl ik dit schrijf ben ik 26 weken zwanger van een tweede kindje, deze keer een jongen.

We hebben reeds een dochtertje dat in februari 2017 geboren werd via de keizerlijke weg. Een spoedkeizersnede was op dat moment noodzakelijk omwille van een gedeeltelijke placentaloslating en de terugvallende hartslag van ons kindje dat aangaf dat een spoedige ingreep nodig was.

In wat volgt neem ik je dagboekgewijs mee terug naar de voorbije weken, de ups en downs, de vreugde en het verdriet dat ik doorheen deze zwangerschap heb meegemaakt.

13 januari: Eindelijk verschijnen er twee streepjes op de zwangerschapstest. Bij ons eerste dochtertje was het meteen raak nadat we met de pil waren gestopt, maar voor het tweede moesten we wat meer geduld oefenen, niet altijd even makkelijk.

21 januari: Toen ik die dag een klein beetje bloedverlies ontdekte, kon ik na telefonisch contact met onze gynaecoloog daags nadien meteen komen. Normaal was de eerste afspraak pas gepland op 14 februari.

22 januari: Die dag was het de eerste controle bij de gynaecoloog, ik was ongeveer 5 weken zwanger. Vrij snel merkte ik dat er iets niet klopte en herinner ik me nog heel goed wat onze gynaecoloog zei:

‘Het vruchtje klopt wel volgens de termijn, maar zit veel te laag in de baarmoeder.’ ‘Je lichaam is het waarschijnlijk al aan het afstoten.’

‘Kom voor het weekend nog even terug op controle dan kunnen we kijken of je lichaam zelf al iets in gang heeft gezet.’

‘We zullen de papieren voor de curettage al invullen, dat kan eventueel aanstaande maandag.’

Voor ons was dit een zware tegenvaller. Na een eerdere miskraam in april 2018  gevolgd door een curettage, dachten we dat we weer opnieuw moesten beginnen, weer moesten wachten, en we hadden al zoveel geduld moeten hebben.

Eens thuisgekomen, stelde ik me toch een aantal vragen. Als mijn lichaam het vruchtje dan toch aan het afstoten was, waarom dan de natuur niet gewoon zijn gang laten gaan i.p.v. meteen chirurgisch in te grijpen? Drie dagen later opnieuw op onderzoek gaan, leek me ook nogal snel. Misschien was het dan nog niet op gang gekomen? Of nog onvolledig?

Ik volgde mijn buikgevoel en nam de telefoon om de afspraak van vrijdag te verplaatsen naar de week erna.

31 januari: 10 dagen wachtte ik in spanning af, maar er volgde geen druppeltje bloed, geen krampje links of rechts. Niets. Ik hield me ook nog steeds aan het ‘zwangerschapsdieet’, met in het achterhoofd ‘je weet maar nooit’. Het leek wel instinctief.

Eens we bij onze gynaecoloog binnen waren, kreeg het verhaal plots een nieuwe wending. ‘Er is een hartslag en het vruchtje is mooi gegroeid’, klonk het. ‘Het blijft wel laag zitten natuurlijk maar wat we nu zien is wel heel positief.’

22 februari: Een nieuw bezoek aan de gynaecoloog toonde aan dat de groei van de baby prima was geëvolueerd. Wel kreeg ik het advies om het rustig aan te doen door de lage ligging van de placenta.

22 maart: Bij het volgende bezoek was alles nog steeds tiptop in orde. We waren heel blij dat alles zo goed evolueerde en verwachtten helemaal geen problemen meer op basis van deze positieve consultaties.

27 maart: Na een citytrip van enkele dagen in Londen, waarop ik toch wel wat veel had gestapt, kreeg ik thuis licht bloedverlies. Op zich niets onrustwekkend, maar toch leek het ons een goed idee om even langs de gynaecoloog van wacht in het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan.

‘De baby zit wel erg laag, het lijkt wel een cervicale zwangerschap’, zei de gynaecoloog van wacht. ‘Ga maar even terug de wachtzaal in, ik moet even wat telefoontjes doen.’

Toen ik in de wachtzaal dokter Google consulteerde over wat een cervicale zwangerschap precies was, brak het angstzweet me toch wel even uit, al moet je uiteraard steeds oppassen met het raadplegen van internet.

Na een tijdje werden we weer binnengeroepen en kregen we een verwijsbrief mee. Op die manier werden we doorgestuurd naar een ander ziekenhuis, een universitair centrum (ziekenhuis A), bij iemand die gespecialiseerd was in hoogrisicozwangerschappen. We moesten er de dag erna om 9u ’s morgens al zijn, wat toch wel wees op enige urgentie.

28 maart: De gynaecoloog van ziekenhuis A ontving ons met de woorden: ‘ik las iets over een cervicale zwangerschap, maar op 15 weken is dat hoogst uitzonderlijk, dus ik vermoed niet dat het zoiets zal zijn.’

Oef, dat klonk al meteen geruststellend.

De arts begon met het controleren van de baby. Die zag er perfect normaal uit. Zelfs iets groter dan gemiddeld, met alles erop en eraan. Daarna ging de arts over naar de ligging en die was toch wel wat vreemd, luidde de conclusie. Heel even riep ze een collega erbij om dan samen te vast te stellen dat het inderdaad om een cervicale zwangerschap ging, tegen de verwachting in. Aangezien dat in zo’n vergevorderd stadium bijna niet voorkomt, kregen we te horen dat men nog niet concreet wist hoe dit zou worden behandeld, maar dat ik de zwangerschap niet zou kunnen voortzetten, was voor ziekenhuis A een uitgemaakte zaak. Een behandeling met methotrexaat was gebruikelijk in dit soort gevallen, maar aangezien ik al 16 weken zwanger was op dat moment, zou men mij een hoge dosis moeten toedienen zonder enige zekerheid of dit wel zou aanslaan. Ter info: Methotrexaat behoort tot de cytostatica (chemotherapie) en dient om het kindje en de placenta te laten afsterven, het wordt o.a. ook als chemokuur bij kanker gebruikt.

De precieze aanpak moest nog worden besproken op de stafmeeting, die een kleine week later zou plaatsvinden. Bijkomend zou ook een MRI nog meer duidelijkheid moeten brengen. Deze werd maandag 1 april ingepland. ‘We laten je niet graag naar huis gaan’, klonk het oprecht bezorgd, omdat het zo gevaarlijk is, met kans op hevig bloedverlies met verwijdering van de baarmoeder tot gevolg. Als een tikkende tijdbom ging ik naar huis.

Je kunt je voorstellen dat mijn man en ik die nacht zeer slecht geslapen hebben. Niet alleen omwille van het verdriet om een perfect gezond kindje te verliezen in dit stadium van de zwangerschap, maar ook omwille van de vele gezondheidsrisico’s voor mezelf.

2 april: De dag na de MRI scan belde de gynaecoloog van ziekenhuis A me op. De arts zei dat de scan het vermoeden van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had bevestigd. De zwangerschap moest dus zo snel mogelijk worden afgebroken, want het was een levensbedreigende situatie voor mezelf. We kregen ook de wijze raad dat we bij bloedverlies onmiddellijk 112 moesten bellen en meteen de MUG erbij moesten vragen.

Die nacht durfde ik amper te gaan slapen… uit schrik om dood te bloeden in mijn slaap. Al weet ik niet of dit kan, maar de nachtmerriemodus draaide op volle toeren.

3 april: We werden die dag in ziekenhuis A verwacht om de uiteindelijke procedure nog eens te bespreken.  Alles werd duidelijk uitgelegd en geschetst op papier. Er werd ook een stappenplan uitgewerkt.

  • Het kindje laten overlijden d.m.v. een inspuiting. ‘Dat kunnen we best vandaag al doen.’
  • Wachten tot de placenta en baby verschrompelen. (Dit kan enkele weken duren)
  • Na enkele weken d.m.v. embolisatie baby en placenta verwijderen en de baarmoeder proberen redden.

Er werd geopteerd om dan toch geen methotrexaat te gebruiken omdat er te weinig argumenten waren dat dit in mijn geval nog zou werken. Garanties op een geslaagde uitkomst (zowel mezelf redden als de baarmoeder) kon men niet geven omdat het nog niet eerder gedaan was.

Aangezien ik toch wat geschrokken was van de diagnose en het stappenplan en ik ook liever niet als proefkonijn wilde dienen – het was voor dit ziekenhuis de eerste dergelijke casus – maakte ik een afspraak voor een tweede opinie in een ander ziekenhuis, eveneens een universitair centrum. Ik ging ervan uit dat de diagnose wel dezelfde ging zijn, maar er eventueel wel een andere aanpak zou worden voorgesteld op basis van andere ervaringen. Ik wou natuurlijk heel graag nog een tweede kindje, en daarom was het voor mij wel belangrijk dat op z’n minst mijn baarmoeder kon worden gered.

Bij het tweede ziekenhuis, ziekenhuis B, kon ik de dag nadien al terecht voor een onderzoek.

4 april: In ziekenhuis B volgde er een zeer uitgebreid onderzoek door een gynaecoloog en een professor. Intussen was ik 16 weken zwanger. Ook in dit ziekenhuis kon ik meevolgen op het grote scherm voor mij. Ik hoorde hen een aantal zaken tegen elkaar zeggen. Een aantal termen waren me onbekend, een aantal benamingen kende ik wel al dankzij ‘dokter Google’.

Toen het uitgebreide onderzoek afgerond was, gingen we samen rond de tafel zitten om de diagnose te bespreken. De MRI beelden die in het vorige ziekenhuis werden gemaakt, hadden de artsen reeds bekeken. De diagnose van ziekenhuis B luidde dat het een gecompliceerde zwangerschap was, maar dat er wel perspectief was: er werd een traject voorgesteld om de zwangerschap toch verder te zetten.

De diagnose van ziekenhuis B was dat het niet om een cervicale zwangerschap ging, maar wel om een CSP (Cesarian Scar Pregnancy). Dit wil zeggen dat de moederkoek zich had vastgezet op het litteken van de vorige keizersnede en de placenta vergroeid is met de baarmoederwand (Placenta Accreta). Dit heeft als gevolg dat hij niet zomaar kan loskomen bij de bevalling. Hoe diep deze is ingegroeid en of hij nog verder zal ingroeien of zelfs doorgroeien, zal nog moeten blijken op termijn.

Een ding was wel zeker: de baarmoeder zal moeten verwijderd worden. Wanneer ze de placenta van de baarmoeder proberen te scheiden, kost dit niet alleen tijd maar ook heel wat liters bloed. En dat houdt dan weer gevaar in voor mezelf. Vandaar dat ze bij de bevalling meteen ook overgaan tot het verwijderen van de baarmoeder. De incisie zal deze keer ook verticaal gebeuren, want op de plaats waar mijn vorig litteken is, zit de placenta vergroeid. Die plaats is dus te vermijden.

In ziekenhuis B was er ook sprake van een permanente opname vanaf 25 weken tot de geboorte van de baby. Dit om een goede opvolging te verzekeren en geen risico’s te nemen. Wat moet dat moet natuurlijk, maar het was geen fijn vooruitzicht om een tiental weken in een ziekenhuiskamer te moeten vertoeven tijdens de zomerperiode, je bent immers niet ziek. Bovendien zou ik mijn dochter enorm missen. Elke dag mama een bezoekje brengen is natuurlijk niet hetzelfde dan samen thuis te zijn.

Toch tuimelden we op deze dag wel van een gigantische donderwolk naar een klein en voorzichtig roos wolkje.

18 april: In de tussentijd gingen we voor kleine controles naar een ziekenhuis dichter in de buurt, ziekenhuis C, eveneens een universitair centrum. Alles bleek mooi op schema te zitten.

7 mei: Een nieuwe mijlpaal dient zich aan: een grote controle in ziekenhuis B voor de 20 wekenecho. Deze ziet er beter uit dan verwacht. De placenta is niet verder ingegroeid. Hierdoor blijkt een opname op 25 weken niet nodig en kunnen we rustig – en thuis – het verdere verloop van de zwangerschap afwachten. Ook de geplande keizersnede kon op deze manier verschoven worden naar max. 37 weken. Goed nieuws voor onze baby ook dus.

21 mei: Opvolging in ziekenhuis C. Aangezien alles op dit moment zo vlot verloopt, ziet de arts geen reden om binnen 2 weken opnieuw een echo te doen en wordt de volgende controle pas gepland op 18 juni. De eerstvolgende uitgebreide controle in ziekenhuis B is dan weer gepland voor 1 juli. Op dat moment zal ook nog een MRI plaatsvinden om de toestand nogmaals grondig te evalueren, daarna zal ook een datum worden bepaald voor de geplande keizersnede. Ik moest kiezen tussen ziekenhuis B en C, en we hebben uiteindelijk beslist om in ziekenhuis B te bevallen.

 

Zoals het nu gaat, verloopt alles prima. De behandelende dokters geven een geruste indruk en daardoor zijn wij natuurlijk ook meer op ons gemak. Ik ben ook ‘blij’ dat ik op voorhand weet dat ze de baarmoeder zullen wegnemen. Dat is geen fijn nieuws natuurlijk, zeker niet wanneer je altijd graag 3 kinderen gewild had. Maar het is wel gemakkelijker om te verwerken dan wanneer ze dit nieuws melden wanneer je pas bent bevallen. Ik ben heel tevreden over de opvolging in ziekenhuis B en C. Zij zitten beiden op dezelfde golflengte wat betreft mijn dossier. Van ziekenhuis A heb ik niets meer gehoord en dat hoeft ook niet. We zijn ervan overtuigd dat elk ziekenhuis naar bestvermogen de situatie heeft ingeschat en we hebben overal de bereidheid gevoeld om ons zo goed mogelijk te helpen.

Ik ben wel ongelofelijk gelukkig dat we een tweede opinie hebben gevraagd, een belangrijke les die we hebben geleerd. We zijn ook bijzonder gelukkig dat dat we al zover geraakt zijn zonder fysieke problemen. Moest er nu nog iets fout lopen dan weet je gewoon dat je alles hebt geprobeerd om het te doen slagen. In het eerste scenario was dit totaal anders geweest.

We hopen dat we dit nog enkele weken kunnen blijven volhouden en dat we dit turbulent zwangerschapsverhaal mooi kunnen afsluiten met een gezonde baby.

 

 

2 comments to “Dagboek van een onrustwekkende zwangerschap”

You can leave a reply or Trackback this post.
  1. Femke - 9 juli 2019 Beantwoorden

    WoW, wat een parcours 😨. En ik dacht dat ik een zware zwangerschap heb gehad.
    Hopelijk verloopt alles verder vlot. 🤞🤞🤞🤞
    Ik volg alvast met veel plezier verder je blog.

    • Tania Gaublomme - 13 juli 2019 Beantwoorden

      Dankje, Femke! Ik schrijf binnenkort een update van dit verhaal. Fijn dat je mijn blog volgt. Liefs, Tania

Leave a Reply

Your email address will not be published.